Water om te drinken. Je tapt het elke dag uit de kraan en drinkt het zonder nadenken op. Maar onder de grond bevindt zich een enorm netwerk van pijpleidingen waardoor water van reservoirs naar je huis toe loopt. Misschien dat je na het nieuws over GenX de afgelopen tijd wel iets meer over de kwaliteit van water nadenkt. Hoe weet je nu zeker dat het drinkwater veilig is? Hiervoor worden in het netwerk erg dure sensoren geplaatst die de kwaliteit meten. Bij het plaatsen wordt nu verondersteld dat de sensoren perfect werken, maar dat is niet zo. Bijvoorbeeld sensor drift, veroudering of onnauwkeurigheid kan een probleem opleveren, net als de moeite die het kost om een geplaatste sensor in het netwerk te onderhouden. In mijn project onderzoek ik het effect van deze onzekerheid en of je de sensoren anders moet plaatsen om levensgevaarlijke situaties te voorkomen. Want terroristen hebben in het verleden wel eens gedreigd om gif in drinkwatersystemen te stoppen.. In Singapore staat een testbed, een waternetwerk in het klein, met enkele sensoren waar ik op basis van data uit experimenten onderzoek doe naar de onzekerheid van sensoren.
Hoe ziet zo'n doordeweekse dag er hier dan verder uit? Vroeg opstaan, hopen dat een van de drie badkamers vrij is (ik deel het hele appartement met 8 anderen) en ontbijten. Vaak is dat een croissant of iets dat op een worstenbroodje lijkt of andere in Nederland onbekende broodjes. 's Avonds kom ik weer thuis en ga ik in de buurt wat eten, series en sport kijken en kijken of de mensen in Nederland al een beetje wakker zijn. Afgelopen dinsdag was ik het Aziatische eten een beetje zat. Nu zie ik elke keer als ik de deur uit stap
Zaterdag ging ik naar Chinatown, het stadsdeel waar de eerste grote groepen Chinezen woonden die begin 19e eeuw in de haven werkten. De wijk heeft veel winkeltjes, lekker eten en vele verschillende tempels. Waaronder de Buddha Tooth Relic Temple, een enorme Boeddhistische tempel en museum van zes verdiepingen, met veel goud en tienduizenden Boeddhabeeldjes. Het is net behang. Elke muur zit er vol mee, rijen en kolommen beeldjes van enkele centimeters groot. Ik kwam toevallig net binnen in een groots gebed die werd voorgedragen door een groep monniken. Indrukwekkend.
Ook stond er een bijna 200 jaar oude Hindoeïstische tempel. Of wacht, een Tamil tempel. De Indiërs op de universiteit hebben me duidelijk uitgelegd dat Hindoeïsme niet bestaat en geen religie is, maar een fout van de Europeanen is die alle verschillende religies in India gewoon één naam gaven. Deze tempel had, zoals je op de rechterfoto ziet, enorm veel beelden en veel kleur. Over een bekend begrip uit beide culturen, karma, leerde ik een dag later meer..
Ik ging toen naar Sentosa Island, met zijn vele resorts, golfbanen en veel entertainment een paradijs in een paradijs. Voor dat laatste kwam ik, ik ging naar het pretpark Universal Studios Singapore. Het was een voordeel dat ik alleen was, aangezien de meeste attracties een extra rij hadden voor 'single riders'. Ik was er om de gaten op te vullen zeg maar. Toch voelde ik me wel een beetje schuldig toen ik langs de rij van 2 uur voor de Jurassic Park wildwaterbaan liep en na 1 minuut al in een bootje zat. Toen kwam de karma: ik kreeg een complete golf water over me heen en werd zeiknat.
Gelukkig was het warm en waren er genoeg achtbanen om in op te drogen. Zoals een achtbaan die vijf keer over de kop ging, een gave Revenge of the Mummy achtbaan in het donker en een veel te realistische, enorm spannende 3D Transformers achtbaan. Ik heb nog nooit zo'n harde doodskreet gehoord, zo echt was die attractie. Ook waren er veel Minions vanwege de laatste Despicable Me film.
De kaart. 1: Chinatown. 2: Universal Studios













